Adaptatie aan het overstromingsrisico van de Maas (HSGR06)

Zowel in 1993 als in 1995 trad de Maas buiten haar oevers met ernstige overstromingsschade als gevolg. Door klimaatverandering zullen naar verwachting hoge waterstanden vaker voorkomen in de toekomst. Ook zal de potentiële overstromingsschade door socio-economische ontwikkelingen in overstromingsgevoelige regio’s toenemen. Beide factoren kunnen worden geëvalueerd met het overstromingsrisicoconcept (gedefinieerd als waarschijnlijkheid maal schade).

In Europa is met de Europese Hoogwaterrichtlijn van 2007 een extra impuls gegeven aan een op overstromingsrisicobeheer gebaseerde aanpak. Er is op dit moment internationaal echter te weinig kennis over de gevoeligheid van het overstromingsrisico voor langetermijnveranderingen in de fysieke en socio-economische parameters. Gegeven de groeiende waarschijnlijkheid en het risico van overstromingen is onderzoek nodig naar aanpassingsmaatregelen. De stuurgroep IVM2 is opgericht om te beoordelen welke maatregelen in de periode na 2020 nodig zijn, zodat de Maas blijft voldoen aan de wetgeving op overstromingsbestrijding.

De effectiviteit van deze maatregelen wordt echter van oudsher slechts beoordeeld op de bijdrage aan het beperken van overstromingsrisico’s. De schade voortvloeiend uit overstromingen met een lage waarschijnlijkheid is groot. Daarom dienen de aanpassingen ook gericht te zijn op het terugdringen van potentiële schade.

Dit onderzoek richtte zich op het analyseren van het overstromingsrisico van de Maas in relatie tot klimaatverandering, landgebruik en socio-economische ontwikkelingen. De modellen, die deels in de projecten van Klimaat voor Ruimte (ACER en AvV) zijn ontwikkeld, werden gecombineerd. Zo droeg dit project bij aan de wetenschappelijke discussie over dit onderwerp en leverde tevens een concrete risico-inschatting voor de Maas aan.

publicaties | factsheet | eindrapport