Onderzoek geeft meer inzicht in communicatie naar bewoners stedelijk buiten- en binnendijks gebied

Recentelijk is het onderzoek ‘Percepties van burgers over binnen- en buitendijks wonen’, onderdeel van het Nationale onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat, afgerond. Het expliciet gebruik van frames en het onderscheid tussen preventie- en promotiemotivatie vormen de belangrijkste nieuwe ingrediënten van dit onderzoek in vergelijking met ander werk op dit gebied.
 
Het onderzoeksteam heeft gewerkt met 6 groepen. Vijf groepen kregen een verhaallijn (frame) over woonsituaties met wateroverlast- en waterveiligheidsrisico’s. De zesde groep was een controlegroep. In de verwerking van de antwoorden is rekening gehouden met persoonlijkheidsverschillen. Mensen die met een op preventie gerichte motivatie op een risicosituatie reageren, doen dit door hun verantwoordelijkheid te nemen en zich goed op onheil voor te bereiden. Mensen die met een meer op promotie gerichte motivatie reageren, zullen vooral op positieve dingen vertrouwen en optimistisch uitkijken naar een goede afloop. In totaal hebben 2302 respondenten uit het woningmarktgebied van Rijnmond en de Drechtsteden aan het onderzoek meegedaan.
 
Enkele resultaten:
  • De meeste ondervraagden woonden volgens hun postcodegegevens binnendijks; 62% wist dit zeker, 19% was hier niet zeker van. Bij degenen die buitendijks woonden was ongeveer de helft hiervan op de hoogte. Een belangrijk startpunt voor communicatie is dan ook een duidelijke markering van binnen- en buitendijks gebied. 
  • De in het onderzoek gebruikte verhaallijnen over wateroverlast- en waterveiligheidsrisico’s leidden bij de ondervraagden tot een zekere mate van bezorgdheid in combinatie met het besef zelf iets te moeten doen om ongewenste gebeurtenissen te voorkomen.
  • Het besef zelf iets te moeten doen uitte zich in de intentie om maatregelen te nemen die bij het risico passen. 
  • Het effect van een preventieframe is het grootst op het moment dat de bewoner zelf ook een preventieve instelling heeft.
  • Het benadrukken van de aantrekkelijke kanten van een waterwijk werkt het sterkst bij degenen die uit zichzelf al een hoge promotiemotivatie hebben en die wonen aan het water aantrekkelijk vinden.
  • Bij de bewuste buitendijkers was de preventiemotivatie lager en de promotiemotivatie hoger: ze tonen ook meer vertrouwen in de effectiviteit van overheden om het buitendijkse risico te beheersen.
  • Bewoners die sceptisch waren over de ernst van de klimaatverandering toonden zich wel enigszins gevoelig voor de mening van deskundigen dat Nederland nog lang niet genoeg is beschermd tegen de gevolgen van de klimaatverandering.
  • Wanneer de aandacht primair wordt gericht op wateroverlast (straten staan blank), dan zijn nut en noodzaak van maatregelen als een tegelvloer en zandzakken goed uit te leggen, zo bleek uit het onderzoek. Het noodpakket scoort aanzienlijk lager. Het zou kunnen zijn dat pas wanneer de eigen wateroverlast als onderdeel wordt gezien van een veel grootschaliger vorm van ontwrichting (de echte noodsituatie) nut en noodzaak van het noodpakket in beeld komen.
  • Op het moment dat mensen een woonkeuze maken wil men zeker in buitendijks gebied meer informatie over de kans op overstromingen, de mogelijke ernst van de schade, wie er verantwoordelijk is voor de schade, wat men zelf kan doen om schade te voorkomen en mogelijkheden voor evacuatie.
  • Nederlanders verwachten dat overheden de waterveiligheidsrisico’s in de hand hebben. Ze nemen gemakshalve aan dat alles kant en klaar is geregeld. Nadat de respondenten kennis hadden genomen van de risicocommunicatie en zich realiseren wat er kan gebeuren, gaven ze aan er minder vertrouwen in te hebben dat de overheid dit allemaal kan beheersen. 
  • Het besef zelf iets te moeten doen uitte zich ook in een grote vraag naar overstromingsverzekeringen.
  • Bij ondervraagden met een hoge promotiemotivatie is er belangstelling voor buitendijkse waterbestendige woningen, maar dan wel op een hoogte van meer dan 3 meter boven NAP.
 
Projectorganisatie
Het uitvoerend consortium bestond uit het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM), HKV Lijn in Water, Deltares, Rijkswaterstaat/Waterdienst, Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Waterschap Hollandse Delta, Hoogheemraadschap Delfland en de gemeente Rotterdam.

Contact: project HSRR07/HSGR08
Lees meer: rapport

Kennis voor Klimaat, project HSRR07/HSGR08, donderdag 1 maart 2012