Regiospecifieke klimaatinformatie voor Haaglanden en regio Rotterdam (HSHL05/HSRR04)

Haaglanden en Regio Rotterdam zijn beide sterk verstedelijkte gebieden met een hoge economische activiteit in de Zuidvleugel van de Randstad. Hierdoor is het gebied gevoeliger voor weersextremen. Die grote impact van weersextremen is in het huidige klimaat al te merken. Voor een goed functioneren, is het van belang dat dit gebied zo is ingericht dat de meeste extremen in het huidige en toekomstige klimaat goed kunnen worden opgevangen zonder grote ontwrichtingen. Goede klimaatinformatie voor de regio is hierbij van belang. Deze projectpagina bestaat uit:

Doelstelling en opzet

Samen met de hotspots Haaglanden en Regio Rotterdam is in dit project gekeken welke vragen er
leven met betrekking tot beschikbare klimaatinformatie, nieuwe klimaatinformatie en nieuwe tools om die klimaatinformatie toe te passen. Het project is afgerond, download het Syntheserapport.


Regio Rotterdam (Noor van Mierlo @KvK)

Samenvatting resultaten en conclusies

Ruimtelijke verschillen in klimaat

  • Hoe groot zijn de verschillen in klimaat binnen Zuid-Holland en worden deze allemaal weergegeven door de Klimaatatlas?
    De KNMI waarnemingen geven veel van de ruimtelijke verschillen in klimaat binnen Nederland weer en deze worden beschreven in de Klimaatatlas. Zeer lokale verschillen in oppervlakte-eigenschappen kunnen op korte afstanden (meters tot kilometers) bij met name bij temperatuur en wind leiden tot aanzienlijke verschillen in klimaat. Deze worden niet in de Klimaatatlas weergegeven, maar beschreven in het achtergrondrapport over ruimtelijke verschillen.
  • Veranderen de ruimtelijke verschillen in klimaat als gevolg van klimaatverandering?
    In de toekomst verandert het klimaat, maar veel van de oorzaken van ruimtelijke verschillen in het huidige klimaat veranderen niet of niet veel: bijv. hoogteverschillen, land-zeeovergangen. Daarom zullen grootschalige ruimtelijke patronen in het klimaat niet veel veranderen: zo zal de gemiddelde
    temperatuur in de kustregio ook in de toekomst in de zomer lager en in de winter hoger zijn dan in het binnenland. De gradiënt van bijv. de temperatuur of extreme neerslag vanaf de kust kan wel iets veranderen. Ook kunnen veranderingen zoals uitbreiding van steden, vernatting van natuurgebieden de relatieve ruimtelijke patronen in het klimaat enigszins beïnvloeden.

Extreme neerslag in het huidige en toekomstige klimaat

  • Ontwikkel een methode om neerslagreeksen op uurbasis voor het huidige klimaat te maken die het klimaat binnen Zuid-Holland beter weergeeft dan de huidige methode.
    De ontwikkelde methode gebruikt dagneerslagreeksen uit het gebied zelf en geeft daardoor de meeste neerslagkarakteristieken van het gebied beter weer dan de methode die tot nu toe werd gebruikt (De Bilt + 10%): jaarneerslag, jaarlijkse gang, lengte droge en natte perioden, meerdaagse extremen. Ook overschat de methode de extreme uurneerslag minder dan de huidige methode, maar de extreme 24-uursneerslag wordt onderschat.
  • Ontwikkel een methode om neerslagtijdreeksen op uurbasis voor het toekomstige klimaat te maken.
    De ontwikkelde methode is vergelijkbaar en consistent met het de tool voor het genereren van tijdreeksen op dagbasis. Ook neemt de methode het wetenschappelijk inzicht goed mee dat de extreme uurneerslag meer kan toenemen dan de extreme dagneerslag. Voorlopige schattingen voor onder- en bovengrenzen voor de verandering van de extreme uurneerslag binnen de KNMI’06 klimaatscenario’s zijn aangegeven (rond 2100 in de zomermaanden een toename van 18-81%, in de wintermaanden van 13-46%), maar er is nog veel onzekerheid over hoeveel de extreme uurneerslag kan veranderen.


Regio Haaglanden (Noor van Mierlo @KvK)

Stadseffect op de temperatuur (UHI)

  • Hoe groot is het UHI in Nederlandse steden?
    Gedurende nachten met helder weer en weinig wind kan het UHI in de dichtstbevolkte buurten in Nederland (25.000 inwoners per km2) oplopen tot 8-10 °C, in woonwijken is dat meestal tot 5-7 °C. Gemiddeld is het UHI veel lager: in dit project is in woonbuurten met een bevolkingsdichtheid van ≥ 4000 personen per km2 een daggemiddeld UHI in de zomer van 2010 gevonden van 0,6-1,1°C. Het UHI is in de zomer het sterkst, en in de winter veel minder of bijna afwezig. ’s Nachts is het UHI sterker dan overdag. De stedelijke configuratie (o.a. bebouwingsdichtheid) heeft een duidelijke invloed op de grootte van het UHI. Bevolkingsdichtheid in een wijk geeft dan ook een betere relatie met de grootte van het UHI dan het totale inwoneraantal van een stad.
  • Geven gegevens uit het buitenland ook een goed beeld van de grootte van het UHI in Nederlandse steden?
    De grootte van het UHI- effect in Nederland komt redelijk overeen met dat in andere Europese landen. Informatie over metingen in andere landen uit literatuur over de invloed van materialen, vegetatie en wateroppervlakken is te beperkt om binnen Nederland het effect van verschillende maatregelen kwantitatief te kunnen vergelijken.
  • Neemt het UHI-effect toe in de toekomst als gevolg van klimaatverandering?
    Waargenomen positieve trends in het UHI-effect worden meestal toegeschreven aan toegenomen verstedelijking en hogere energieproductie door mensen. Veranderende weerpatronen kunnen mogelijk ook leiden tot een toename van het UHI-effect, maar het is niet duidelijk hoe. Door klimaatverandering zal het aantal dagen met hittestress in Nederlandse steden wel toenemen, en relatief sneller dan op het platteland (ook als het UHI-effect gelijk blijft), omdat de temperatuur in de steden nu al dichter bij fysiologisch kritische grenzen ligt.

Belangrijkste deliverables

De volgende achtergrondrapporten zijn geproduceerd:

Wetenschappelijke impact

De volgende wetenschappelijk artikelen zijn voortgevloeid uit dit project:

  • Brandsma, T., 2010. Warmte-eilandeffect van de stad Utrecht. Zenit, 2010, 37, 11, 500-504.
  • Wolters, D. & T. Brandsma, 2012. Estimating the Urban Heat Island in residential areas in the Netherlands using observations by weather amateurs. J. App. Met. and Clim. 51, 711-721, doi: http://dx.doi.org/10.1175/JAMC-D-11-0135.1
  • Steeneveld, G.J., S. Koopmans, B.G. Heusinkveld, L.W.A. van Hove and A.A.M. Holtslag, 2011. Quantifying urban heat island effects and human comfort for cities of variable size and urban morphology in the Netherlands. J. Geoph. Res. Atmospheres, Volume 116, Issue D20, DOI: 10.1029/2011JD015988.

Daarnaast zijn er 7 wetenschappelijke presentaties/posters verzorgd.

Maatschappelijke impact

De volgende activiteiten voor een breder publiek zijn uitgevoerd:


Deelnemende weeramateurs voor het onderdeel over UHI (foto: Karin Broekhuijsen)

  • nieuwsbericht over de weeramateurdata op de KNMI-website (d.d. 25-1-2010)
  • artikel in Parool over weeramateurdata (jan. 2010, interview Rob Sluijter)
  • 16 juni 2010: Wolters, D. en R. van Dorland, 2010. Klimaatverandering in Nederland, en klimaat in Nederlandse steden. Presentatie: Studiedag Nationale Bomenbank, Deventer
  • 5 juni 2010: Bessembinder, J. et al., 2010. Overzicht onderzoek naar stadseffect in Nederland. Dag voor Weeramateurs, De Bilt, KNMI
  • 5 juni 2010: Wolters, D., 2010. Onderzoek naar stadsklimaat met metingen van weeramateurs. Dag voor weeramateurs, De Bilt, KNMI
  • 20 mei 2010: Bessembinder, J. et al., 2010. Tool: Transformatieprogramma (CS7, HSHL05 / HSRR04). Projectendag Waterkader Haaglanden, Poeldijk
  • 27 april 2010: bijeenkomst met potentiële stakeholders uit de regio Haaglanden. Presentatie en discussie over wensen en mogelijkheden voor het aanleveren van klimaatdata en – informatie. Den Haag
  • 10 november 2009: gebruikersconsultatie (samen met project KKF-1C). Presentatie en discussie aan de hand van stellingen over gebruikerswensen. Bessembinder, J., B.A. Overbeek, J. Streng.
    Academiegebouw, Utrecht
  • 23 juni 2009: Poster over doel, opzet en producten van HSHL05/HSRR04 op bijeenkomst van Hotspot Haaglanden. Waterkader Haaglanden evenement, Den Haag, Madurodam
  • 4 december 2008: bijeenkomst met potentiële stakeholders uit Rotterdam. Presentatie en discussie over wensen en mogelijkheden voor het aanleveren van klimaatdata en –informatie. Rotterdam, Gemeentewerken Rotterdam.  

Projectinformatie

Projectleider Janette Bessembinder, KNMI (janette.bessembinder(at)knmi.nl)
Onderzoeksteam   

KNMI: Jules Beersma, Theo Brandsma, Adri Buishand, Carine Homan, Rudmer Jilderda,Robert Leander, Geert Lenderink, Rob Sluijter, Dirk Wolters
Wageningen UR: Bert Holtslag, Bert van Hove, Gert Jan Steeneveld
Gemeentewerken Rotterdam: Jos Streng
Waterkader Haaglanden/HH Delfland: Jorien Burger, Carl Paauwe (vervanging Jorien
Burger)
Waterkader Haaglanden/Gemeente Den Haag: Martin Paasman (vervanging Jorien
Burger)

Looptijd Van april 2009 tot en met juni 2011
Eindrapport
Regiospecifieke klimaatinformatie voor Haaglanden en Regio Rotterdam, Syntheserapport
Datum: juni 2013 | ISBN/EAN: 978-94-90070-71-7
Stakeholders Het project was gericht op een brede groep gebruikers van klimaatinformatie. Omdat deze onmogelijk allemaal veel bij het project konden worden betrokken is een klankbordgroep opgericht: Hein Daanen (TNO), Marco Hoogvliet (Deltares), Fincent van Woerden (Hoogheemraadschap van Delfland), Adriana Osorio en Suzanne Klerk (Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard), Erik de Haan (Provincie Zuid-Holland.
Daarnaast zijn er enkele bijeenkomsten met stakeholders gehouden (begin van het project voor Regio Rotterdam, en eind april 2010 voor Haaglanden).
   
   
publicatieseindrapport