ORAS Zuidwestelijke Delta

Adaptatie aan klimaatverandering in de Zuidwestelijke Delta (HSZD3.4)

De Zuidwestelijke Delta wordt geconfronteerd met een groot aantal gevolgen van de klimaatverandering. De winters worden zachter en natter, de zomers warmer en (bij een verandering van luchtstromingspatronen) droger, en buien worden heviger. Wereldwijd zal de zeespiegel deze eeuw naar verwachting met 26 tot 82 cm stijgen. Op de Rijn bij Lobith zullen de extreem hoge en extreem lage afvoeren deze eeuw waarschijnlijk tot maximaal ongeveer 30% toe- (hoge afvoer) en afnemen (lage afvoer). Voor de Maas worden vergelijkbare veranderingen verwacht. De hitte in de steden in de zomer zal negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Ziektes voor de mens zullen vanuit zuidelijke streken naar het noorden van Europa oprukken. Dat geldt ook voor plantenziektes en voor de landbouw schadelijke insecten. Daar staan positieve effecten tegenover als een langer groeiseizoen voor gewassen en een langer en warmer toeristenseizoen. 

De Zuidwestelijke Delta is kwetsbaar voor de (gevolgen van de) klimaatverandering, vooral met betrekking tot de waterveiligheid, de zoetwatervoorziening, de ecologische veerkracht en de economische vitaliteit. De kwetsbaarheden zijn voor een groot deel het gevolg van menselijk ingrijpen in het verleden; de klimaatverandering is vaak een extra stressfactor die hierop ingrijpt. Door de zeespiegelstijging, de hogere piekafvoeren van de rivieren en de bodemdaling nemen de gevolgen van een overstroming toe. Daarbij geldt dat preventieve evacuatie bij een (dreigende) overstroming kansloos is. Vooral bij Antwerpen nemen de hoogwaterstanden snel toe, als reactie op de verdieping van de vaargeul. Ook de zandhonger van de bekkens wordt door de stijgende zeespiegel steeds groter; platen, slikken en schorren komen steeds meer onder druk te staan en zullen zonder adequate maatregelen eroderen of verdrinken. De zoetwatervoorziening krijgt te maken met toenemende verzilting en langere periodes van droogte. Het gebied kent een aantal ecologische pijnpunten, waaronder de aantasting van het estuariene karakter van de Westerschelde door de vaargeulverdieping, zuurstofloosheid in de Grevelingen door te weinig doorspoeling en overmatige algenbloei door teveel nutriënten op het Volkerak-Zoommeer. Vooral door de verslechtering van de ecologische kwaliteit dragen de meeste bekkens, via ecosysteemdiensten, minder bij aan de economische vitaliteit dan gewenst is. De regio biedt echter ook volop kansen om met de (gevolgen van de) klimaatverandering om te gaan en hier deels zelfs van te profiteren. Het huidige beleid voor de bescherming tegen overstromingen vanuit zee, met zandsuppleties als uitgangspunt, is succesvol en kan tot in de verre toekomst worden doorgezet. Maatregelen gericht op de aanpassing van de regio aan de (mogelijke) gevolgen van de klimaatverandering kunnen zo worden ingevuld dat binnen de delta een patroon van hoogwatervrije plaatsen ontstaat die mensen snel kunnen bereiken mocht er toch een overstroming plaatsvinden. Een voorbeeld is nieuwe bebouwing op opgehoogde grond waarbij in die grond zoetwaterlenzen ontstaan voor de landbouw. Meer en grotere zoetwaterlenzen vergroten de capaciteit van de landbouwers om zelf in hun zoetwater te voorzien en maken hen minder afhankelijk van grote zoetwaterbekkens, met als gevolg dat de estuariene dynamiek, en dus de ecologische veerkracht, van de bekkens in de delta kan worden vergroot.

Op basis van de inventarisatie van kwetsbaarheden en adaptatiekansen, en een aantal uitgangpunten ten aanzien van sociaaleconomische ontwikkelingen, het functioneren van de delta en grenzen die de inrichting van het gebied aan mogelijke maatregelen stelt, is een toekomstbeeld geschetst van de klimaatbestendige ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta tussen nu en de tweede helft van deze eeuw. Dit toekomstbeeld kent drie schaalniveaus: de stedelijke delta als samenhangend geheel, de dynamiek van de verschillende bekkens en het land achter de dijken.

Op het niveau van de stedelijke delta als samenhangend geheel werken de industrie, de steden en de landbouw in het omliggende gebied samen om de kringloop van zoetwater zoveel mogelijk te sluiten en zo efficiënt mogelijk met grondstoffen en energie om te gaan. De circulaire economie is een feit en de Zuidwestelijke Delta is een proeftuin voor innovaties op de grensvlakken van water, landbouw en energie.

Download rapport: Adaptatie aan klimaatverandering in de Zuidwestelijke Delta Een langetermijnvisie (2050-2100)