Onderzoeksthema Zoetwatervoorziening en waterkwaliteit

Lokale oplossingen doen ertoe!

Op het juiste moment zorgen voor voldoende zoet water van goede kwaliteit. Dat is een uitdaging voor Nederland, vooral wanneer het droger wordt door een veranderend klimaat. Lokale oplossingen op maat kunnen een belangrijke bijdrage leveren, zo blijkt uit onderzoeken. “Kleinschaligheid heeft zin.”

Het consortium Zoetwatervoorziening en waterkwaliteit (Climate Proof Fresh Water Supply) richtte zich in de onderzoeken vooral op kleinschalige oplossingen voor een tekort aan zoet water. “Er was onvoldoende kennis op lokale schaal”, zegt consortiumleider Ad Jeuken. “Wel waren er veel veronderstellingen, maar die hadden onvoldoende wetenschappelijke basis.” Als voorbeeld noemt hij het doorspoelen van sloten met zoet water uit de Rijn, met als doel te voorkomen dat ze te zout worden. “Nooit was goed onderzocht hoe effectief dat is. Wij hebben dat gedaan, tot op slootniveau. We weten nu dat doorspoelen niet overal hetzelfde resultaat oplevert.”

Juist in deze tijd is kennis over kleinschalige oplossingen belangrijk, zegt Jeuken. “Passend bij een terugtrekkende overheid is dat zij de verantwoordelijkheid voor zoetwaterbeschikbaarheid met de watergebruikers gaat delen. Die blijken daar zelf ook voor open te staan. Tijdens onze onderzoeken ontmoetten we veel enthousiaste mensen uit de praktijk, zoals tuinders, boeren en installateurs. Het is te merken dat grootverbruikers van zoet water onder druk staan, niet alleen door de klimaatverandering, maar ook door veranderende regelgeving. Tuinders mogen het restproduct van ontzilting na 2022 niet meer in de bodem injecteren. Dus ze moeten wel op zoek naar andere manieren om voldoende zoet water te hebben. Wij hebben de oplossing gevonden in ondergrondse wateropslag, die - afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden – al toepasbaar is voor één bedrijf.” Tijdens de onderzoeksperiode zijn nauwe banden tussen promovendi en boeren ontstaan, zegt Jeuken. “De werelden zijn meer verweven geraakt dan voorheen het  geval was. Een aantal promovendi heeft zelf een agrarische achtergrond, dat hielp ook mee.”

Ook de natte natuurgebieden, zoals in het Groene Hart, zijn gebaat bij voldoende zoet water; in droge periodes wordt nu al af en toe kunstmatig zoet water aangevoerd. “We vroegen ons af of dit echt nodig is”, zegt Jeuken, “en hebben daarom onderzoek gedaan naar de zouttolerantie van de natuur in onder meer de Nieuwkoopse Plassen en de Rottemeren. Daaruit blijkt dat er nog wel rek zit in de hoeveelheid zout die de verschillende soorten kunnen verdragen.” Ook deze kennis draagt bij aan slim waterbeheer: waterschappen kunnen bewuster afwegen of ze het inlaatcriterium voor de zoutconcentratie in het water zullen aanpassen of niet.

Lees verder in het maatschappelijke boek deel 2 - Zoetwatervoorziening en Waterkwaliteit: Klimaat en Zoet water (pdf)